
malen- materiaal (met een molen) verkleinen door het te wrijven en te pletten
Material (mit einer Mühle) zerkleinern, indem es gerieben und gequetscht wird
uitmalen- iets door malen vervaardigen
etwas durch Mahlen^([1]) herstellen
kauwen- iets heel langzaam kauwen
etwas sehr langsam kauen
maalwerk doen- de werkzaamheid van het malen uitoefenen
die Tätigkeit des Mahlens^([1]) ausüben
doorslippen- draaien en niet of nauwelijks van zijn plaats komen
sich drehen und nicht oder kaum von der Stelle kommen
vrijen- geslachtsgemeenschap hebben
koitieren
kneusen- het openscheuren en pletten van de druiven, zodat bij het persen het sap rijker en beter kan aflopen
das Aufreißen und Quetschen der Trauben, damit beim Keltern der Saft ergiebiger und besser abfließen kann