
opvolgen- de volgende persoon zijn die een ambt bekleedt
die nächste Person sein, die ein Amt bekleidet
achterna reizen- ook daarheen gaan / rijden / reizen waar iemand anders al heen is gegaan
auch dorthin gehen/fahren/reisen, wo jemand anderes bereits hingegangen ist
navolgen- een persoon vereren die voor een religie of wereldbeschouwing staat; volgeling zijn
eine Person verehren, die für eine Religion oder Weltanschauung steht; Jünger sein
erop volgen- datgene zijn wat volgt, wat erna komt
das sein, was folgt, was hinterherkommt