
vooropgaan- als eerste (alleen of de anderen aanvoerend) onderweg zijn
als erster (alleine oder die anderen anführend) unterwegs sein
voorafgaan- als eerste (eerder) gebeuren, voor een gebeurtenis plaatsvinden
als erstes (vorher) geschehen, vor einem Ereignis stattfinden
vorderen- een begonnen proces voortzetten
einen begonnenen Prozess weiterführen