
nu- op dit moment, op het huidige moment, op het ogenblik
zu diesem Zeitpunkt, zum jetzigen Zeitpunkt, in dem Moment
straks- in de onmiddellijke toekomst
in unmittelbarere Zukunft
zojuist- in het onmiddellijke verleden
in unmittelbarer Vergangenheit
vervolgens- voortzetting van het betoog, temporele opeenvolging
Fortführung der Rede, zeitliche Folge
welnu- aan het begin van de zin, elliptisch, ter aanduiding van een rustpunt in het betoog, een gevolgtrekking, tegenwerping of concessie
Im Satzanfang, elliptisch, zur Bezeichnung eines Ruhepunktes in der Rede, einer Folgerung, Einwendung oder Einräumung.
nou- aan het begin van de zin, ter inleiding van een vraag
Im Satzanfang, zur Einleitung einer Frage