„Furcht vor einer Gefahr, deren Ursache und Beschaffenheit uns unbekannt ist, heißt panischer Schrecken und hat diesen Namen vom Gott Pan, der, wie man vorgibt, diese Schreckensart verursachen soll.“
„Angst voor een gevaar waarvan de oorzaak en aard ons onbekend zijn, heet panische schrik en heeft deze naam van de god Pan, die, naar men beweert, deze soort schrik zou veroorzaken.”
Er hat panische Angst vor Spinnen.
Hij heeft panische angst voor spinnen.