„Der Sand ist fein und pudrig, nicht wie die blassen Kristalle an der Küste, und er kann sich mit der Wucht von anflutendem Wasser vorwärtsbewegen.“
„Het zand is fijn en poederachtig, niet zoals de bleke kristallen aan de kust, en het kan zich met de kracht van toestromend water voortbewegen.“
„Er mochte den Umgang mit dem pudrig-feinen Mehl, das der Müller aus dem Nachbarsort zweimal wöchentlich lieferte.“
„Hij hield van het werken met het poederachtig fijne meel dat de molenaar uit de buurplaats twee keer per week leverde.“