Er zog sich einen warmen Pullover an.
Hij trok een warme trui aan.
„Zitternd vor Kälte schlüpfte Nikki in einen schwarzen Rock, einen khakifarbenen Pullover und in ihre Wildlederstiefel.“
“Bevend van kou glipte Nikki in een zwarte rok, een kakikleurige trui en haar suède laarzen.”