Nachdem er getrunken hatte, rülpste er laut.
Nadat hij had gedronken, boerde hij luid.
„Da kommen üble Trollweiber vor, die rülpsen und furzen und ewig unbändigen Hunger haben auf Menschenfleisch.“
“Daar komen nare trollenvrouwen in voor, die boeren en winden laten en eeuwig onbedwingbare honger hebben naar mensenvlees.”