Er gab mir seine schlaffe Hand.
Hij gaf mij zijn slappe hand.
„Die Hemden, die sie am Vortag von den Somaliern bekommen haben, hängen schlaff an ihren Körpern. Ausgemergelte Gesichter, die verwilderten Bärte bereits etwas gestutzt.“
„De hemden die zij de dag tevoren van de Somaliërs hebben gekregen, hangen slap om hun lichamen. Uitgemergelde gezichten, de verwilderde baarden al iets bijgeknipt.“