Das alles ist mir schleierhaft.
Dat alles is mij onbegrijpelijk.
„Außer dem Wetter und kleinen Beobachtungen entlang des Wegs fiel Ida kein Gesprächsstoff ein. Wie sie von dort auf die Gouvernante überleiten sollte, war ihr vollends schleierhaft.“
„Behalve het weer en kleine observaties langs de weg kon Ida geen gespreksonderwerp bedenken. Hoe zij vandaar naar de gouvernante moest overgaan, was haar volkomen onbegrijpelijk.“