
strak trekken- iets met krachtsinspanning glad maken
etwas mit Kraftaufwand glatt machen
vastklemmen- iets bevestigen, invoegen
etwas befestigen, einfügen
knellen- strak, (te) strak zitten
fest, (zu) straff sein
strak worden- strak, gespannen worden
fest, stramm werden
inspannen- een trekdier voor het toestel of voertuig dat het moet trekken vastmaken
ein Zugtier vor dem Gerät oder Fahrzeug, das es ziehen soll, angurten
overspannen- zich over een afstand uitstrekken
sich über eine Distanz erstrecken
opspannen- iets aantrekken en zo voor het afgaan gereedmaken
etwas anziehen und somit zum Auslösen bereit machen
gluren- iemand observeren, indringend aanstaren
jemanden beobachten, penetrant anstarren
snappen- iets ter kennis nemen, mentaal vatten
etwas zur Kenntnis nehmen, gedanklich erfassen