
nalezen- over afgeoogste akkers gaan en de resten verzamelen, bijvoorbeeld aardappelen
über abgeerntete Felder gehen und die Reste zusammensammeln, zum Beispiel Kartoffeln
broddelen- onprofessioneel beunhazen
unprofessionell hinpfuschen
naar kurk ruiken- naar kurk ruiken
nach Kork riechen