Das Kind trötete auf einer Trompete.
Het kind toeterde op een trompet.
„Sie tröten auf Trompeten, schwenken die ägyptische Fahne und schreien in Sprechchören ihrem neuen Präsidenten zu.“
“Ze toeteren op trompetten, zwaaien met de Egyptische vlag en schreeuwen hun nieuwe president in koor toe.”