
blazen- lucht uit de mond stoten; iets in de lucht respectievelijk atmosfeer overbrengen; ergens in blazen
Luft aus dem Mund ausstoßen; etwas in die Luft beziehungsweise Atmosphäre überleiten; in etwas hineinpusten
bespelen- op een blaasinstrument spelen
auf einem Blasinstrument spielen
waaien- waaien
wehen
vormblazen- door blazen vormen
durch Blasen formen
pijpen- de penis seksueel oraal stimuleren
den Penis sexuell oral stimulieren
oproepen- een signaal geven
ein Signal geben