volledig- zonder uitzondering, zonder beperking, in volle omvang
ohne Ausnahme, ohne Einschränkung, in vollem Umfang
„Man würde sie wahrscheinlich morgen schon aus dem Bompard zurück in ein endgültiges Lager schicken, dort würde sie rasch vollends zerfallen.“
„Men zou haar waarschijnlijk morgen al uit Bompard terug naar een definitief kamp sturen, daar zou zij snel volledig aftakelen.”
„Die Spannung entwich vollends, und an ihrer Stelle strömte ein ungeheurer Jubel in seine Brust.“
„De spanning week volledig, en in plaats daarvan stroomde een enorm gejuich in zijn borst.”
2
bovendien- daarenboven (nog), des te meer, nog daarbij
darüber hinaus (noch), erst recht, noch dazu
„Im Großen vollends geht es nicht anders zu.“
„In het groot gaat het bovendien niet anders toe.”
„Ich kann das nicht mehr ertragen, vollends jetzt nicht, wo fast alles, was der König tut, einem die Brust beklemmt … ich schlag dem Faß den Boden ein!“
„Ik kan dit niet meer verdragen, bovendien nu niet, waar bijna alles wat de koning doet iemand de borst beklemt … ik sla de bodem uit het vat!”