„Da war Herr Schimmel, ein Rayon-Chef, strotzend von Gesundheit, mit gespreiztem Schnurrbart und roten Wangen, ein Ex-Offizier, weder verbittert noch unzufrieden.“
“daar was meneer Schimmel, een rayonchef, blakend van gezondheid, met een gespreide snor en rode wangen, een ex-officier, noch verbitterd noch ontevreden.”
„Gegen Mitternacht, als seine Wange noch dicker geworden war und jede Bewegung an jeder Stelle seines Körpers weh tat, wurde ihm klar, daß der Barbier den falschen Zahn gezogen hatte.“
“tegen middernacht, toen zijn wang nog dikker was geworden en elke beweging op elke plek van zijn lichaam pijn deed, werd hem duidelijk dat de barbier de verkeerde tand had getrokken.”