„Er lebte wochenlang wohnsitzlos auf der Straße, bevor er verdreckt und halb verhungert wieder aufgegriffen wurde.“
„Hij leefde wekenlang zonder vaste woonplaats op straat, voordat hij vervuild en half uitgehongerd weer werd opgepakt.“
„Der wohnsitzlose junge Mann war der Polizei als Konsument harter Drogen bekannt.“
„De jonge man zonder vaste woonplaats was bij de politie bekend als consument van harddrugs.“