
tand- deel van het gebit van mensen en gewervelde dieren
Teil des Gebisses von Menschen und Wirbeltieren
zaagtand- een punt bij voorwerpen met aaneengeregen spitsen (bijvoorbeeld tandwiel of zaag)
eine Zacke bei Gegenständen mit aneinandergereihten Spitzen (zum Beispiel Zahnrad oder Säge)
vaart- beweging (rit, loop) met hoge snelheid
Bewegung (Fahrt, Lauf) mit hoher Geschwindigkeit
huidtand- tandachtig vormsel op de haaienhuid
zahnähnliches Gebilde auf der Haifischhaut
knapperd- jonge, aantrekkelijke vrouw
junge, attraktive Frau