
breken- kapotgaan (wanneer daarbij splinters of brokken ontstaan)
kaputtgehen (wenn es dabei Splitter oder Brocken erzeugt)
gebroken raken- emotioneel ten diepste beschadigd worden
emotional zutiefst geschädigt werden
stukbreken- iets kapotmaken zoals bij [1] (vernietigen)
etwas wie bei [1] kaputt machen (zerstören)