
terugzetten- weer op de plaats zetten waar iets eerder was
wieder an den Ort setzen (stellen), wo etwas vorher war
terugdraaien- de klok terugdraaien; een programma op het begin zetten
die Uhr zurückdrehen; ein Programm auf Anfang setzen
uitstellen- niet nu behandelen; in een wachtpositie brengen
nicht jetzt behandeln; in eine Warteposition bringen
apart houden- uit het verkoopaanbod nemen; voor iemand bewaren
aus dem Verkaufsangebot nehmen; für jemanden aufbewahren
terughouden- niet nu laten doorgaan; in een wachtpositie dwingen
nicht jetzt fortfahren lassen; in eine Warteposition zwingen