
brug- kunstmatige weg om een hindernis over te steken
künstlicher Weg zur Überquerung eines Hindernisses
tandbrug- vastzittende tandprothese, die in een gebit met een opening een of meer ontbrekende tanden vervangt
festsitzender Zahnersatz, der in einem Lückengebiss einen oder mehrere fehlende Zähne ersetzt
loper- langwerpig tapijt
länglicher Teppich
pons- deel van de hersenen van gewervelden, dat tot het metencephalon (achterhersenen) behoort
Teil des Wirbeltiergehirns, der zum Metencephalon (Hinterhirn) gehört
overbrugging- de verbinding over een scheiding
die Verbindung über eine Trennung
brughouding- turnoefening
Turnübung
commandobrug- commandobrug
Kommandobrücke
laadbrug- laadbrug, open laadoppervlak
Ladebrücke, offene Ladefläche
brugdag- brugdag
Brückentag