„Im ersten Saal waren die Edelleute in ihren Uniformen, im zweiten die Kaufmannschaft, Leute mit langen Bärten, in blaue Kaftans gekleidet, Medaillen auf der Brust.“
“In de eerste zaal waren de edellieden in hun uniformen, in de tweede de kooplieden, mensen met lange baarden, in blauwe kaftans gekleed, medailles op de borst.”
„Achtet diesen Mann, der sich als Edelmann fühlt, wenn er es auch nicht in gleicher Weise ist wie ihr, und meint, dazu gehöre vor allem, edle Taten zu tun.“
“Acht deze man, die zich als edelman voelt, ook als hij het niet op dezelfde wijze is als gij, en meent dat daartoe vooral behoort edele daden te doen.”