„Unter seinen Zeitgenossen war er bekannt für seine Redegewandtheit, seine unverblümte Ehrlichkeit gegenüber seinem Monarchen und seine Poesie.“
„Onder zijn tijdgenoten was hij bekend om zijn welsprekendheid, zijn onverbloemde eerlijkheid jegens zijn monarch en zijn poëzie.”
„Seine Ehrlichkeit und seine Fürsorge für die Gefangenen waren beispielhaft.“
„Zijn eerlijkheid en zijn zorg voor de gevangenen waren voorbeeldig.”