Der Redner stimmte eine Eloge auf den Gastgeber an.
De spreker hief een lofrede op de gastheer aan.
„Bei Frau Karfunkelstein im Wagen machten mir die beiden Frauen große Elogen und versicherten mir, ich würde noch einmal steinreich werden mit meiner Geschäftstüchtigkeit.“
“Bij mevrouw Karfunkelstein in de wagen overlaadden de beide vrouwen mij met lof en verzekerden mij dat ik met mijn zakelijk vernuft nog eens steenrijk zou worden.”