Die Enkelkinder freuten sich schon auf den Besuch der Großeltern.
De kleinkinderen verheugden zich al op het bezoek van de grootouders.
„Jetzt lebten sechs von seinen sieben Kindern, Enkelkindern und Urenkeln ebenfalls hier.“
„Nu woonden zes van zijn zeven kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen eveneens hier.“