
jukbeen- kort voor jukbeen (deel van het schedelbot)
kurz für Jochbein (Teil des Schädelknochens)
morgen- oude oppervlaktemaat (gemeten aan de oppervlakte die men op een dag met een juk ossen kan omploegen)
altes Flächenmaß (gemessen an der Fläche, die man an einem Tag mit einem Joch Ochsen umpflügen kann)
travee- door vier steunen gevormde ruimtelijke eenheid
durch vier Stützen gebildete räumliche Einheit
brugoverspanning- gedeelte tussen twee brugpijlers
Bereich zwischen zwei Brückenpfeilern
bergpas- laagte in het bergprofiel die een top van de volgende of twee bergmassieven van elkaar scheidt
Senke im Gebirgsprofil, die einen Gipfel vom nächsten oder zwei Bergstöcke voneinander trennt
juk- zwaar tuigdeel dat men ossen, koeien en andere trekdieren oplegt en waarmee zij de last trekken
schweres Geschirr-Teil, das man Ochsen, Kühen und anderen Zugtieren auflegt, und mit dem sie die Last ziehen
slavenjuk- zwaar werk, last, knechtschap
schwere Arbeit, Last, Knechtschaft
draagjuk- draagstel voor emmers
Tragegestell für Eimer
draagbalk- draagbalk (bijvoorbeeld voor klokken)
Tragbalken (zum Beispiel für Glocken)
span- een paar trekdieren, onder een juk ingespannen; telmaat voor de beschikbare trekdieren
ein Paar Zugtiere, unter einem Joch eingespannt; Zählmaß für die verfügbaren Zugtiere
jukpijler- pijler van een jukbrug
Pfeiler einer Jochbrücke