
kalf- jong van een kuddedier, bijvoorbeeld van evenhoevige zoogdieren zoals runderen of herten, maar ook olifanten, giraffen; ook jong van zeezoogdieren, dus bij walvissen en zeekoeien; afhankelijk van de diersoort is de tijd van het 'kalf-zijn' verschillend lang
Jungtier eines Herdentieres, zum Beispiel von paarhufigen Säugetieren wie den Rindern oder Hirschen, aber auch Elefanten, Giraffen; auch Jungtier von Meeressäugern, also bei Walen und Seekühen; Je nach Tierart ist die Zeit des 'Kalbseins' unterschiedlich lang
kalfsvlees- vlees van het jonge rund
Fleisch vom jungen Rind
sul- malle, speelse, onnozele mens
alberner, verspielter, einfältiger Mensch
slungelige hond- grote, slungelige hond
großer, schlaksiger Hund
Calw- verouderde vorm van de naam van de stad Calw in het Zwarte Woud
Veraltete Form des Namens der Stadt Calw im Schwarzwald.