„Über Konkreta, also Gegenstände und Wesen, die man sehen oder zumindest hören kann, vermag der Mensch je nach Sprachbegabung zutreffende Aussagen zu machen.“
„Over concreta, dus voorwerpen en wezens die men kan zien of althans horen, kan de mens naar gelang van zijn taalvaardigheid juiste uitspraken doen.‟
„Wobei man natürlich nicht außer acht lassen darf, daß es sich beim Menschen um ein Konkretum, bei der Freiheit hingegen um ein Abstraktum handelt.“
„Waarbij men natuurlijk niet uit het oog mag verliezen dat het bij de mens om een concretum gaat, bij de vrijheid daarentegen om een abstractum.‟