Begriff für die verschiedenen lokalen, sozialen, temporalen Erscheinungsformen einer Sprache
„Während die Standardsprache als die zentrale Sprachvarietät in einer Sprachgemeinschaft gilt, stellt die Jugendsprache eine gruppenspezifische Varietät dar.“
„Terwijl de standaardtaal als de centrale taalvariëteit in een taalgemeenschap geldt, vormt de jongerentaal een groepsspecifieke variëteit.“
„Daß die Soziolinguistik letztlich ein Beschreibungs- und Erklärungsmodell der verschiedenen Sprachvarietäten darstellt, wird bereits hier modellhaft deutlich.“
„Dat de sociolinguïstiek uiteindelijk een beschrijvings- en verklaringsmodel van de verschillende taalvariëteiten vormt, wordt hier al modelmatig duidelijk.“