„Kurz nach elf hatte Högni an meine Zimmertür geklopft.“
„Kort na elf had Högni op mijn kamerdeur geklopt.“
„Max Barabander schlief fest und gut, bis jemand vom Personal an seine Zimmertür klopfte.“
„Max Barabander sliep vast en goed, tot iemand van het personeel op zijn kamerdeur klopte.“