
afgeven- aan iemand iets geven die het moet hebben of verlangt
jemandem etwas geben, der es haben soll oder verlangt
afspelen- bij balspelen de bal aan een medespeler doen toekomen
bei Ballspielen den Ball einem Mitspieler zukommen lassen
verliezen- een set (bijvoorbeeld bij tennis) of een heel spel verliezen
einen Satz (zum Beispiel im Tennis) oder ein gesamtes Spiel verlieren
zijn- voor iets geschikt zijn
für etwas geeignet sein
zich inlaten- zich met iets bezighouden; contact met iets hebben
sich mit etwas beschäftigen; Kontakt mit etwas haben