Zoek woordenschat...
Woordenboek
Een Duits woord dat je nog niet snapt? 🌱
abtrünnig
[ˈaptʁʏnɪç]
Bijvoeglijk naamwoord
Definities
1
afvallig
- ontrouw, afgevallen (van iemand of iets)
treulos, abgefallen (von jemandem oder etwas)
Meine Schwester ist der Familie
abtrünnig
geworden.
Mijn zus heeft zich van de familie afgekeerd.
Auf einen
abtrünnigen
Mitstreiter mehr oder weniger kommt es nicht mehr an.
Op een afvallige medestander meer of minder komt het niet meer aan.
Synoniemen
illoyal
untreu
Antoniemen
ergeben
loyal
treu
Bijvoeglijk naamwoord