
opleggen- iemand iets onaangenaams (werk, straf, schuld of dergelijke) toewijzen
jemandem etwas Unangenehmes (Arbeit, Strafe, Schuld oder Ähnliches) zuweisen
opbrommen- een kort, plotseling bromgeluid laten horen
einen kurzen, plötzlichen Brummton von sich geben
vastlopen- aan de grond lopen
auf Grund laufen