Umblättern geht manchmal einfacher, wenn man den Finger etwas befeuchtet.
Omslaan gaat soms gemakkelijker als men de vinger een beetje bevochtigt.
„Er legte seine Wange auf die dunkelbraune Erde, befeuchtete seine trockenen Lippen und schloß die Augen.“
„Hij legde zijn wang op de donkerbruine aarde, bevochtigde zijn droge lippen en sloot zijn ogen.“