
betalen- iemand voor iets een bepaald geldbedrag geven
jemandem für etwas einen bestimmten Geldbetrag geben
uitbetalen- iemand voor verrichte arbeid geld geven
jemandem für geleistete Arbeit Geld geben
afrekenen- voor iets (bijvoorbeeld de koop van een zaak) geld uitgeven
für etwas (zum Beispiel den Kauf einer Sache) Geld ausgeben
voldoen- een verplichting/schuld vereffenen; iemand het geld geven dat hem toekomt
eine Verbindlichkeit/Schuld begleichen; jemanden das Geld geben, das ihm zusteht
trakteren- voor iemand geld uitgeven, iemand iets trakteren
für jemanden Geld ausgeben, jemandem etwas spendieren
boeten- voor iets boeten, een straf op zich nemen
für etwas büßen, eine Strafe auf sich nehmen
lonen- van nut, voordeel zijn; zich lonen
von Nutzen, Vorteil sein; sich lohnen