Es klingelte und als er die Tür öffnete, sah er die Gören davonlaufen.
Er werd gebeld en toen hij de deur opende, zag hij de kinderen weglopen.
laufen im Sinne von segeln: „Während ihres Kriegseinsatzes konnte sie so mehrfach überlegenen britischen Schiffen davonlaufen.“
zeilend in de zin van varen: “Tijdens haar oorlogsopdracht kon zij zo meermaals aan superieure Britse schepen ontkomen.”