Du bist geblieben und ich bin sofort weggerannt.
Jij bent gebleven en ik ben meteen weggerend.
„»Würdest du nicht manchmal gern einfach wegrennen? Einfach auf einen Zug aufspringen und dich dahin fahren lassen, wo immer er hinfährt?«“
»Wil je soms niet gewoon wegrennen? Gewoon op een trein springen en je laten brengen waar hij ook heen rijdt?«