
ervoor- bijwoordelijke bepaling van plaats: ruimtelijk voor iets anders gelegen
Adverbiale Bestimmung des Ortes: räumlich vor etwas anderem gelegen
tevoren- bijwoordelijke bepaling van tijd: in tijd voor iets anders gelegen, eerder, voor het zojuist genoemde
Adverbiale Bestimmung der Zeit: zeitlich vor etwas anderem gelegen, früher; vor dem geraden Erwähnten
daarvoor- plaatsvervangend voor een bekende zaak
Stellvertretend für eine bekannte Sache
da voor- regionaal scheidbaar in betekenis [3]
regional trennbar in Bedeutung [3]