
knallen- een knal van zich geven
einen Knall von sich geben
doordraaien- gek zijn, een knal hebben
verrückt sein, einen Knall haben
donderen- gedonder geven
Ärger geben
schieten- met een vuurwapen schieten
mit einer Feuerwaffe schießen
meppen- een oorvijg uitdelen
eine Ohrfeige austeilen
branden- branden wanneer de zon sterk schijnt
brennen, wenn die Sonne stark scheint
neuken- meestal over mannen ten opzichte van een vrouw gezegd: geslachtsgemeenschap hebben
meist über Männer im Bezug auf eine Frau gesagt: Geschlechtsverkehr ausüben
zich bezatten- zich bedrinken
sich betrinken