
kruipen- (bij mensen) zich op handen en knieën voortbewegen
(beim Menschen) auf Händen und Knien fortbewegen
krioelen- (dieren) zich voortbewegen met veel poten die snel na elkaar neerkomen
(Tiere) fortbewegen mit vielen Beinen, die schnell hintereinander auftreten
kietelen- iemand krabbelen: iemand kietelen
jemanden krabbeln: jemanden kitzeln