
einde- einde of handeling van het beëindigen (zie ook beëindigen)
Ende oder Handlung des Beendens (siehe auch beenden)
sluiting- sluiting, handeling van het dichtmaken (zie ook dichtmaken)
Schließen, Handlung des Zumachens (siehe auch zumachen)
conclusie- door een gedachtegang afgeleide gevolgtrekking
durch einen Gedankengang hergeleitete Folgerung
kortsluiting- elektrische verbinding, contact; kortsluiting
elektrische Verbindung, Kontakt; Kurzschluss
sluitzijde- naad van een brooddeeg die bij het opmaken van het deegstuk open respectievelijk gevouwen blijft
Naht eines Brotteiges, die beim Wirken des Teiglings offen bzw. gefaltet bleibt