
doden- iemand doden, iemand om het leven brengen
jemanden töten, jemanden ums Leben bringen
zelfmoord plegen- zichzelf doden
sich selbst töten
uitputten- zich/iemand erg inspannen
sich/jemanden sehr anstrengen
overdrijven- iets op zeer overdreven wijze doen
etwas auf sehr übertriebene Weise machen
gek maken- iemand gek maken
jemanden verrückt machen
onverwoestbaar zijn- niet kapot te krijgen zijn, onverwoestbaar zijn
nicht zu zerstören sein, unverwüstlich sein
verplaatsen- naar een andere plaats brengen
an einen anderen Ort bringen
verleggen- bok en rooster in een ander vuur brengen
Bock und Rost in ein anderes Feuer bringen
terugbrengen- terugbrengen
zurückbringen
omploegen- iets omploegen
etwas umpflügen
vloeren- tegen de grond brengen, tegen de grond gooien
zu Boden bringen, zu Boden werfen
wegbrengen- van een plaats wegbrengen
von einem Ort wegbringen
vernielen- een zaak vernietigen, tenietdoen
eine Sache zerstören, vernichten
verkwisten- (bezit, zeldzamer ook tijd) erdoorheen jagen, verkwisten, verspillen
(Besitz, seltener auch Zeit) durchbringen, verprassen, vergeuden