
voorschuiven- iets voor iets of in richting naar voren schuiven/plaatsen (schuiven)
etwas vor etwas oder in Richtung nach vorne rücken/platzieren (schieben)
vooruitdringen- zich (voorzichtig, ook tussen andere mensen) naar voren bewegen
sich (vorsichtig, auch zwischen anderen Menschen) nach vorne bewegen
voorwenden- iets beweren, wat echter niet de ware reden/aanleiding vormt
etwas behaupten, was aber nicht den wahren Grund/Anlass darstellt
iemand afvaardigen- iemand anders sturen, in plaats van iets zelf te doen, een stroman inzetten
jemand anderes schicken, anstatt etwas selbst zu tun, einen Strohmann beschäftigen