„Mit beiden Händen stützte er sich auf den Schreibtisch, damit ihm all die losen Blätter, die er noch nicht weggeschlossen hatte, nicht davongewirbelt würden.“
„Met beide handen steunde hij op het bureau, opdat al die losse bladen die hij nog niet had weggesloten, niet zouden wegwaaien.“
„Musste der Iris erst umbringen, bevor man ihn für immer wegschloss?“
„Moest men Iris eerst vermoorden voordat men hem voor altijd wegsloot?“