„Als wir des Löwen Enkelkind einst zum geschnitzten Tische führten, / Woran es einen Löwenkopf geschnitten sah, / Erkannte es den Ahn und sprach gerührten Herzens: ›Großpapa!‹ – […]“
„Toen wij het kleinkind van de leeuw eens naar de gesneden tafel leidden, / Waaraan het een gebeeldhouwde leeuwenkop zag, / Herkende het de grootvader en sprak met geroerd hart: ›Opa!‹ – […]“
Die Jungen wussten nicht, was zu tun wäre, deshalb baten sie den erfahrenen Ahnen um guten Rat.
De jongens wisten niet wat te doen, daarom vroegen zij de ervaren grootvader om goede raad.