
aandoen- een bepaald kledingstuk aantrekken
ein bestimmtes Kleidungsstück anlegen
aankleden- zichzelf of iemand kleden
sich oder jemanden ankleiden
aantrekken- zonder aanraking naar zich toe trekken
ohne Berührung zu sich hin ziehen
aandraaien- de trek verhogen, iets strak maken
den Zug erhöhen, etwas straff machen
optrekken- versnellen
beschleunigen
stijgen- stijgen, een groter bedrag aannemen
ansteigen, einen größeren Betrag annehmen
opzetten- zich de bril opzetten
sich die Brille aufsetzen
aanzuigen- zonder aanraking naar zich toe trekken; natuurkundig
ohne Berührung zu sich hin ziehen; physikalisch
boeien- zonder aanraking naar zich toe trekken; psychisch
ohne Berührung zu sich hin ziehen; psychisch