
openbloeien- zich bloeiend openen, de bloemen (langzaam) ontvouwen; beginnen zich tot volle bloei te ontplooien, geleidelijk in bloei komen
sich blühend öffnen, die Blüten (langsam) auseinanderfalten; anfangen, sich zu voller Blüte zu entfalten, allmählich in Blüte kommen
in bloei staan- (van streken, plaatsen) bedekt zijn met planten waarvan de bloemen (net beginnen) zich bloeiend (te) ontplooien
(von Gegenden, Orten) mit Pflanzen übersät sein, deren Blüten (gerade anfangen) sich blühend (zu) entfalten
blozen- een rozige huidskleur aannemen
eine rosige Hautfarbe annehmen
opklaren- (van het gezicht) vriendelijke, vrolijke trekken krijgen
(vom Gesicht) freundliche, heitere Züge bekommen
ontluiken- (meestal van jonge mensen) een ontwikkelingsfase bereiken waarin aanwezige aanleg tot volle ontplooiing komt
(zumeist von jungen Menschen) eine Entwicklungsstufe erreichen, in dem vorhandene Anlagen zur vollen Entfaltung kommen
opbloeien- tot ontplooiing komen; een bepaalde (meestal als positief beschouwde) ontwikkeling nemen; opgang maken
zur Entfaltung kommen; eine bestimmte (zumeist als positiv angesehene) Entwicklung nehmen; Aufschwung gewinnen
opvrolijken- nieuwe levenskracht voelen, een levensbevestigende houding of positieve stemming krijgen en dit ook laten blijken
neue Lebenskraft spüren, eine lebensbejahende Haltung oder positive Stimmung gewinnen und dies auch erkennen lassen