
opspringen- zich van zijn zitplaats verheffen, snel opstaan
sich von seinem Sitzplatz erheben, schnell aufstehen
inspringen- zich met een sprong op iets (bewegends) begeven
sich mit einem Sprung auf etwas (sich bewegendes) begeben
dekken- een koe/merrie dekken
eine Kuh/Stute begatten
openspringen- vanzelf in een snelle beweging opengaan
von alleine in einer schnellen Bewegung aufgehen
openscheuren- vanzelf barsten
von alleine bersten
stuiteren- op de grond neerkomen en weer omhoog gaan
auf dem Boden aufkommen und wieder abheben