
beslaan- een paard met vierkante - zich bij het binnendringen krommende - nagels telkens een hoefijzer van onderen aan de hoeven vastnagelen
einem Pferd mit vierkantigen – sich beim Eindringen krümmenden – Nägeln je ein Hufeisen von unten an die Hufe nageln
aandampen- zich met een vochtige aanslag bijvoorbeeld condenswater bedekken
sich mit einem (feuchten) Überzug zum Beispiel Kondenswasser überziehen
betreffen- over iets gaan, voor iets gelden
von etwas handeln, für etwas gelten
deskundig- kennisrijk, ervaren, deskundig, bekwaam, bedreven
kenntnisreich, bewandert, fachkundig, erfahren, fähig, tüchtig
beslagen- van hoefijzers voorzien, voornamelijk bij paardachtigen
mit Hufeisen ausgestattet, überwiegend bei Equiden
aangedampt- met een film of dunne laag van minuscule waterdruppeltjes bedekt
mit Film/dünner Schicht winziger Wassertropfen bedeckt
dekken- de paring voltrekken, van grofwild met gespleten hoeven
den Geschlechtsverkehr vollziehen, vom Schalenwild
vastmaken- vastmaken, van de zeilen
festmachen, von den Segeln