
torsen- een last op de rug nemen, zware dingen dragen
eine Last auf den Rücken (Buckel) nehmen, Schweres tragen
rug krommen- de rug duidelijk naar buiten welven, een bochel maken, de rug herhaaldelijk welven zodat een ruiter wordt afgeworpen
den Rücken deutlich herauswölben (einen Buckel machen), den Rücken wiederholt herauswölben, damit ein Reiter abgeworfen wird
kruipen- zich volledig aanpassen en een ander met voorgewend respect gehoorzamen
sich total anpassen und jemand anderem mit vorgetäuschtem Respekt gehorchen
buigen- respectvol het bovenlichaam neigen, een buiging maken
respektvoll den Oberkörper neigen, einen Diener machen
zwoegen- zwaar werken
schwer arbeiten